Xantext = schrijven!
Xantext = bedenken!
Xantext = organiseren!

Een skater op het fietspad. Mag dat?

Skaten is in. Steeds meer mensen weten de inlineskates (vier wieltjes achter elkaar) of skeelers (vijf wieltjes achter elkaar) te waarderen. Ruim anderhalf miloen Nederlanders begeven zich racend of juist stuntelend op de Nederlandse wegen. Ons land is door het vlakke terrein en de goede kwaliteit van de wegen uitermate geschikt om te skaten. Automobilisten, fietsers en voetgangers, iedereen heeft te maken met deze nieuwe, onbekende groep weggebruikers. Je vindt ze overal: op het fietspad, naast het fietspad, op de weg, op het voetpad. Waar horen ze? Waar mogen ze? Hebben ze wel eens voorrang? Niemand weet precies hoe het zit. Zíjn er eigenlijk wel regels? En: is nu eigenlijk niet gevaarlijk, die skates zonder remmen en zonder stuur?
De cijfers liegen er niet om: het aantal ongevallen waarbij skaters betrokken zijn is tussen 1994 en 1999 toegenomen van 1.200 in 1994 tot 13.500 in 1999. Uiteraard is ook het aantal skaters flink toegenomen, maar een toename van de skateongevallen van ruim veertig procent in 1999 ten opzichte van 1998 (9.400) mag toch op z’n minst verontrustend genoemd worden.

Nieuwe weggebruikers

Hens van Os, directeur van Skatebond Nederland: “Vanaf de tijd dat de groep skaters een grote groep nieuwe weggebruikers is geworden, zijn de problemen begonnen.”
De Nederlandse samenleving moest zich instellen op een nieuwe groep weggebruikers. De nieuwe weggebruikers zelf hadden en hebben moeite hun plaats te vinden in de Nederlandse infrastructuur. Van Os: “De skater wordt wettelijk beschouwd als voetganger. Maar in de praktijk blijkt de skater zich als een fietser te gedragen.”
Een voetpad heeft geen gladde ondergrond en is te smal door obstakels als paaltjes en bomen. Een skater heeft bijna anderhalve meter breedte nodig om zijn slagen te kunnen maken en gaat ook nog eens veel sneller dan een voetganger. Het fietspad is dus om meerdere redenen aantrekkelijker dan het voetpad. De politie ziet het meestal wel door de vingers wanneer je op het fietspad skate. Juridisch gezien heeft een skater echter geen enkel recht wanneer hij zich op het fietspad bevindt. Van Os: “Bij een botsing tussen een fietser en een skater op het fietspad, krijgt de skater in principe de schuld, omdat die niet op het fietspad mag komen.”

Veiligheidsplan

Het toenemend aantal skaters, het toenemend aantal ongelukken en de onduidelijke status van de skater vormden in 1999 aanleiding tot actie. Skatebond Nederland en de ANWB hebben samen het initiatief genomen om duidelijkheid te scheppen over de rol van de skater als weggebruiker, met als uiteindelijk doel de veiligheid van alle weggebruikers te vergroten. Directe aanleiding daarvoor was het ongeval in de IJ-tunnel, waarbij tientallen skaters op een schuine helling onderuit gingen. Van Os: “Na dit ongeluk is er landelijk een discussie losgekomen. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft ons gevraagd een veiligheidsplan op te stellen.”
Een van de belangrijkste punten die genoemd worden in dit veiligheidsplan is dat de rijvaardigheid – en daarmee de veiligheid- van skaters moet worden verbeterd. De meeste ongelukken zijn immers nog steeds eenzijdig, dat wil zeggen dat er geen andere weggebruikers bij betrokken zijn. Als oplossing moet er een goede opleiding voor instructeurs komen. Deze instructeurs kunnen skaters vaardigheden leren om zich veilig op de weg te begeven. Van Os: “Die opleiding, sinds kort rijkserkend, is er nu. In maart 2000 zijn we van start gegaan en inmiddels zijn er ongeveer 150 goed opgeleide instructeurs. Beginnende skaters kunnen bij hen lessen volgen en hun skatevaardigheidsbewijs halen. Een cursus duurt zeven lessen van een uur. Skaters leren essentiële vaardigheden als bochten nemen, remmen, over de schouder kijken en over een drempel rijden. Een skatevaardigheidsbewijs is niet verplicht. Ons beleid is erop gericht de mensen veel mogelijkheden te bieden om de vaardigheden op te doen door middel van lessen.”

Skatebond Nederland probeert ook op andere manieren de veiligheid te bevorderen. “Gemeenten weten ons steeds vaker te vinden om hun tochten te controleren op veiligheid. De tocht door de IJ-tunnel was een door de Skatebond afgekeurde tocht. Op onze site geven we aan welke tochten onder auspiciën van de bond worden georganiseerd en dus ‘veilig’ zijn. Daar zul je geen onverwachte dalingen of wildroosters tegenkomen.”

Landelijk platform

Een ander belangrijk punt in het veiligheidsplan betreft de oprichting van een landelijk platform. Doel van dit platform is een gedragscode samen te stellen voor skaters en een advies uit te brengen aan het ministerie van Verkeer en Waterstaat over de rol van de skater als weggebruiker. Het landelijk platform is begin 2000 van start gegaan. Alle bij het onderwerp betrokken landelijke belangenorganisaties hebben plaatsgenomen in dit platform: ANWB, Skatebond Nederland, CROW, 3VO, de Fietsersbond, ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Nederlands Politie Instituut, Consument en Veiligheid, Verbond van Verzekeraars, Verkeerspolitie Amsterdam, Vereniging van Nederlands Gemeenten en de Unie van Waterschappen. Van Os: “Behoort de skater juridisch gezien tot de voetganger of tot de fietser of krijgt de skater een eigen juridische status? Dat is ons belangrijkste aandachtspunt, omdat de keuze verstrekkende gevolgen heeft. Wijzigingen in de wetgeving zijn noodzakelijk, en daartoe zijn we nu onderbouwde plannen en adviezen voor het ministerie van Verkeer en Waterstaat aan het ontwikkelen.”

Infrastructuur

Namens CROW heeft Hillie Talens, verkeerskundig projectleider, zitting in het skateplatform. Talens: “De keuze die wordt gemaakt, heeft consequenties voor de infrastructuur. Mijn taak is om na te gaan wat die consequenties zijn. Wat dit onderwerp betreft gaat het meestal om vlakheid, stroefheid en breedte van de weg.”
Talens benadrukt dat een wetswijziging zeer ingrijpend is. In zo’n wetswijziging zou het skaters bijvoorbeeld kunnen worden toegestaan zich op het fietspad te bevinden. “Er zijn veel onervaren en jonge skaters, die beter op de stoep kunnen skaten. Voeg daaraan toe de duurzaamheid: is dit een tijdelijk fenomeen met vooral recreatief skaten of is er sprake van utilitair gebruik van de skates, bijvoorbeeld dagelijks skaten naar het werk? Het zou een zeer grote investering zijn om alleen voor de recreatieve zomer- en winterskaters alle wegen aan te passen. Ter illustratie: de aanleg van een fietspad kost al gauw een paar miloen gulden. Wij zijn dus redelijk terughoudend om voor te schrijven dat alle fietspaden breder moeten worden.”

Complexe regeling

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is als agendalid vertegenwoordigd in het landelijk platform. Voor de officiële stellingname verwijst het ministerie naar de correspondentie tussen verschillende overlegorganen tussen februari 2000 en november 2000. Het advies van het Overlegorgaan volgend, blijkt dat minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat het toenemend aantal ongevallen niet aan verkeersveiligheidsproblemen toeschrijft. “Slechts twee procent van de blessures onder skaters is toe te schrijven aan verkeersongevallen waarbij een andere verkeersdeelnemer betrokken is. De toename van het aantal skaters dat op de afdeling Spoedeisende Hulp van een ziekenhuis moet worden behandeld is dan ook een probleem dat in de eerste plaats op het beleidsterrein van het ministerie van VWS ligt en dat dat ministerie zich ook aantrekt.”
Minister Netelenbos is duidelijk over de plaats op de weg van de jeugdige skater. Op 30 maart 2000 verklaart zij: “Kijkend naar de huidige positie van de skater in het verkeer -namelijk die van voetganger- heeft de vaste Kamercommissie Verkeer en Waterstaat mij in overweging gegeven de positie van de skater in de verkeerswetgeving te wijzigen en de skater de regels voor fietser te laten volgen. Hierdoor zouden skaters van het trottoir geweerd kunnen worden en verplicht zijn een aanwezig fietspad te gebruiken. Wanneer een fietspad ontbreekt, zou de rijbaan gebruikt moeten worden. Een dergelijke wijziging zou echter tot een complexe regeling leiden. Met name de jeugdige skaters zouden niet langer op het trottoir kunnen skaten. Het is ongewenst dat deze spelende kinderen op de rijbaan zouden moeten skaten.”
Wat blijft is onduidelijkheid over de plaats op de weg van andere skaters. Mogen de volwassen, goed rijdende skaters wel op het fietspad of de rijbaan? In een brief van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer aan de Directie Verkeersveiligheid en Infrastructuur van 16 februari 2000 wordt een suggestie gedaan om de rechten van voetgangers uit te breiden. Skaters en voetgangers krijgen dan het recht om zich op het fietspad te begeven en hoeven op een voorrangsweg geen voorrang te verlenen aan een voertuig uit een zijstraat. In de volgende correspondentie wordt op deze mogelijheid niet verder ingegaan. Het ministerie lijkt de bevindingen van het skateplatform af te willen wachten.

Gedragscode

Binnen het skateplatform zijn alle partijen het er inmiddels over eens dat de skater zich op het fietspad mag bevinden. Op korte termijn valt hierover geen wetswijziging te verwachten. Wat overblijft is het ontwikkelen van een gedragscode. Mike Pinckaers is juridisch adviseur en namens de ANWB vertegenwoordigd in het landelijk skateplatform. “Een gedragscode kan beschouwd worden als aanvulling op de wet. Dankzij een gedragscode voor skaters wordt hun verkeersgedrag voor alle weggebruikers meer voorspelbaar en daardoor veiliger. Over de juridische status van een gedragscode kun je boeken volschrijven. Houd het er maar op dat een gedragscode geen wettelijke status heeft, maar wel door veel instanties geaccepteerd wordt. Een rechter houdt zeker rekening met gedragscodes. Denk bijvoorbeeld aan de gedragscode voor motorrijders. Een motorrijder mag, indien mogelijk, rustig tussen de rijen auto’s door rijden. Gebeurt er een ongeluk en kan de motorrijder aantonen dat de richtlijnen en overige verkeersregels werden nageleefd, dan is het mogelijk dat de motorrijder in het gelijk wordt gesteld.”
Overigens kan Pinckaers zich niet indenken dat bij het voorbeeld van Van Os, waarbij een skater van achteren wordt aangereden door een fiets op het fietspad, de fietser helemaal vrijuit gaat. Ook de fietser zal deels aansprakelijk zijn. “Maar de positie van een skater wordt wel een stuk beter als deze een beroep op een gedragscode of wet kan doen.”
De bedoeling is dat de gebragscode dit jaar wordt geformuleerd. Pinckaers: “Het is heel goed mogelijk dat uit een gedragscode een wetswijziging volgt. Bij het voorbeeld van de motorrijders is dat niet gebeurd. Gezien het grote aantal skaters en een toenemend aantal ongelukken, zie ik eigenlijk geen reden waarom er iets op tegen is de wet te wijzigen. In Oostenrijk is in de wet opgenomen op welke plaats de skater zich mag bevinden. De skater is daarbij gedefinieerd. Wij zouden eigenlijk meer zekerheid willen op dit gebied: een skater, die moet op die en die rijbanen. Maar met een gedragscode die breed wordt erkend, zijn wij al heel tevreden.”

Met dank aan Henk van Os (Skatebond Nederland), Mike Pinckaers (ANWB), Hillie Talens (CROW) en Rob Wegman (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal Personenvervoer, Directie Verkeersveiligheid en Infrastructuur).

Gepubliceerd in: Wegen, magazine voor verkeer, vervoer en infrastructuur. Nummer 3, 2001.

.